En een gedachte als van een volwassene, als van iemand met ervaring en niet als van een jongetje, schoot door zijn hoofd.
Dit zou voorbijgaan, zei hij in zichzelf, want alles in het leven gaat altijd voorbij, net als in een rivier. Zelfs de moeilijkste dingen, waarvan je denkt dat je er onmogelijk overheen komt, even later heb je die achter je en moet je weer verder.
Er wachten nieuwe dingen op je.
(Dat vond ik een prachtige zin in het boek. Een waarheid zo echt, van een kleine jongen die bijna wordt neergeschoten.)
Het drama speelt zich af tijdens een paar dagen, verspreid over een aantal maanden, in een boerengat langs de Italiaanse kust. Graziano maakt (zoals hij zelf ook vaststelt en beseft) als playboy en dromerige nietsnut eerste klas iedere dag van zijn leven een fout, de ene al fataler voor hem of zijn omgeving dan de andere en zijn liefdesleven is een puinhoop ook al is hij de trotse bezitter van een trofee voor het wippen van driehonderd vrouwen tijdens één zomer. Kleine Pietro is, constant achternagezeten door crapuul uit zijn klas, gedoemd om een even grote mislukkeling te worden als zijn gewelddadige vader, domme broer en depressieve moeder.
Ammaniti hangt op een vastberaden manier de alwetende verteller uit die zijn nietsvermoedende lezer van het ene naar het andere personage laat draven (want Graziano en Pietro mogen als hoofdpersonages dan wel de dragers van het verhaal zijn, de spil rond wie alles draait; het wordt door nog een paar andere toevallige passanten of toegenegen geliefden gedragen) zodat het totaalplaatje klopt. Om nog maar te zwijgen hoe we zelfs een kijkje mogen nemen in hun binnenste, met hun gedachten lekker gestructureerd schuingedrukt.
Graziano, Pietro, de aggressieve politie-agent Bruno, de luie hoerenloper Italo als conciërge van de school, de inslechte pestkoppen: ze hebben allemaal de tragische wolk van een voorbestemde, mislukte levensloop om zich heen hangen, een lot dat ze niet kunnen ontlopen ook al wil je als lezer mee in het verhaal springen om de plot te doen omdraaien en wegrennen. Het mooiste meisje van de school, Gloria, en haar familie lijken als rijkelui dan ook uit de toon te vallen, zij schijnen immuun voor de gedoemde troosteloosheid van het dorp.
Ammaniti weet als geen ander in ieders gevoelswereld binnen te dringen. Zijn personages blijven aan je oor vastkleven en je toefluisteren dat je je moet haasten met lezen, want het einde komt eraan gestormd, een einde dat niet happy zal zijn (hoewel ik dat, naïeve lezer als ik ben, natuurlijk altijd hoop).
Op een noodzakelijke maar verder toevallige tussenkomst onderweg na, lijken de twee hoofdpersonages totaal niks met elkaar te maken te hebben tot op de allerlaatste bladzijden en zelfs dan kruisen hun wegen elkaar niet. Ik heb die bladzijden achteraf een aantal keer opnieuw laten afspelen op het filmdoek in mijn hoofd om het beter tot me door te laten dringen, maar het lukt me nog niet goed… Aanvaarding is de eerste stap van de verwerking maar ik kan enkel stiekem hopen dat er ooit een vervolg komt, of dat Ammaniti besluit het einde te herschrijven. I crave for happy endings, maar dat is niet meer ‘in’ tegenwoordig. Net als kleding komen ook de boekengenres terug en dit zou niet misstaan hebben tussen de populaire tragedies in de Griekse Oudheid.
Ik heb boeken nodig die weghappen zonder al te veel moeite. Zo van hot naar het springen daar moet je je aandacht bijhouden maar dat is geen straf; Ammaniti schrijft vlot en leest nog vlotter, hij trekt je onverbiddelijk mee naar het einde van het verhaal maar elke bladzijde is smullen.
*10/10*
Tags:*10/10*, Italië, Niccolò Ammaniti
Recente reacties